Wilrijk was tot einde 19de eeuw een landbouwdorp met een dorpskern van 2000 zielen en een lappendeken van keuterboerderijtjes en grote herenhoeves. Deze grote landbouwbedrijven behoorden alle tot de abdijen of kloostergemeenschappen.


Een aantal ervan vinden we nog terug in onze straatnamen. Biesthoeve, Perckhoeve, Palmanshoeve en Keizershoeve zijn slechts enkele voorbeelden. Enkele van deze grote landbouwbedrijven zijn com-pleet in de vergetelheid geraakt en slechts terug te vinden in onze lokale geschiedenisboeken.

De hoeve Zibboudsrode is er één van. Over de oorsprong van de naam tasten we in het duister, Zibboudsrode zou afgeleid zijn van “rode” (bosrooiing) van een zekere Zibboud, een lang verdwenen Ger-maanse naam (Toponymie van Wilrijk, Van Passen en Roelandts, 1967). Zeker is wel dat reeds in 1318 de hoeve in bedrijf werd genomen door de familie van Wilrike, alias Scousele (Schoonsel) en een eeuw later aan de Antwerpse Zusters Falcontinnen werd overgedragen.


De Zibboudsrode moet een vrij groot landbouwcomplex van enkele tientallen hectares zijn geweest dat zich uitstrekte vanaf de Kerkevelden ( ongeveer ter hoogte van het huidige Dokter Donnyplein) tot voor bij de Edegemse Drie Eikenstraat. Het centrale hoevegebouw bevond zich langs het oude tracé van de Edegemsesteenweg maar op het terrein is hiervan geen spoor meer terug te vinden. De Zibboudsrode verdween volledig bij de aanleg van het Fort 6, midden 19de eeuw. De hoeve situeerde zich rechtover de ingang van de huidige volkstuintjes Vinkenvelden.