HET STANDBEELD VAN PATER CONSTANT DE DEKEN. De puntjes op de i

by | jul 11, 2021 | Markante Wilrijkse Figuren

Onze beroemde Wilrijkenaar Constant De Deken wordt bedreigd. Niet omwille van zijn persoonlijkheid, zijn onovertroffen reizen als missionaris-ontdekkingsreiziger in China en Mongolië, maar omwille van zijn koloniale uitstraling als bronzen beeltenis op de Bist. Men  probeert nu met alle mogelijke middelen, ja zelfs met gemeenschapssubsidies (lees: belastinggeld), te verkrijgen dat het beeld definitief van zijn sokkel wordt gehaald en verbannen naar een of ander lapidarium. Ook de museumtuin van het Afrikamuseum in Tervuren komt hier ter sprake. Men gaat nog net niet zo ver om aan de bewoners van de Pater De Dekenstraat te vragen, in te stemmen met een naamsverandering van hun straat, als betrof het een oorlogsmisdadiger.

Pater Constant De Deken.
© Kring voor Heemkunde Wilrica vzw

Toegegeven, voorafgaand enkele acties van een minderheid en wat hardroepers aan de voet van het standbeeld aan de Bist met de bedoeling de aandacht van enkele passanten te  trekken, was de algemene beeldvorming over onze beroemde Wilrijkenaar Constant De Deken wat ondergesneeuwd. In Wilrijk had men al langer een ander beeld van hem gevormd, en zeker niet omwille van het koloniale jasje waarin de kunstenaar hem destijds had gestoken. We leven in een andere tijd, van verheerlijking en heroïsme is al lang geen sprake meer. Het wat oubollige beeld maakt in de eerste plaats deel uit van onze plaatselijke geschiedenis. De koloniale uitstraling ervan is een ander verhaal, en herinnert ons aan een niet zo fraaie periode in de geschiedenis van ons land. Die negatieve beeldvorming afwentelen op de persoon van De Deken, is een loopje nemen met de waarheid. Enige duiding is hier op zijn plaats.

Koloniaal beeld in het vizier

Een reportage “Videoportretten van koloniale standbeelden”, een project van het Middelheimmuseum, moest een hedendaags en meerstemmig licht laten schijnen op koloniale monumenten aanwezig in de Antwerpse publieke ruimte. Zo kwam bijna onvermijdelijk Wilrijk in het vizier. Want met het standbeeld van de Wilrijkse missionaris Constant de Deken (1852-1896 ) op de Bist, staat ook in ons district een zogenaamd ‘aanstootgevend’ koloniaal beeld.

Het choqueert blijkbaar de bevolking en daarom mocht het in de reeks van contesterende beelden niet ontbreken. De aangekondigde videoreportage bood de Stad een opportuniteit om een zo politiek correct mogelijke boodschap te brengen voor een geviseerde minderheid, die daarenboven wordt opgejut door mensen met lak aan onze geschiedenis. De eindconclusie zou (mogelijk met een vulgariserende toelichting) een aanbeveling kunnen zijn of koloniale beelden in de toekomst nog wel tot het straatbeeld kunnen behoren, of ze beter te duiden of definitief te verbannen.

Zoals eerder geciteerd wordt in Wilrijk al decennialang niet meer aan koloniale verheerlijking gedaan. Bepaalde media en een select groepje hardroepers zien dat enigszins anders. Voor het videoproject kregen de vooraf geselecteerde deelnemers drie vragen voorgelegd:  “Wat zie je? Wat voel je? Wat denk je?” bij het aanschouwen van een koloniaal beeld, waarbij men specifiek het beeld van pater Constant De Deken viseerde.

Met een eerdere actie had datzelfde Middelheimmuseum ‘Operatie propere beelden’ gelanceerd met als enig statement: “Hoe moet het verder met de standbeelden die een racistische boodschap verkondigen of het kolonialisme verheerlijken?” Het aanwezige publiek mocht zijn ding doen op een replica in klei van het beeld van De Deken “die zijn knie drukt op een zwarte slaaf”. Meer was er niet nodig om een wansmakelijk tafereel te ontketenen waarbij de bezoekers, gewapend met drilboor en hamer, het beeld letterlijk een kopje kleiner maakten! Kwestie van De Deken op gelijke hoogte te plaatsen met de arme zwarte. Het ging hem dus louter om de beeldvorming of hoe slecht dat beeld wel was. Vooral de foutieve, vastgeankerde visie over ‘de knie die ongenadig drukt op de schouders van een deemoedige zwarte’ diende in beeld te worden geplaatst.

Het standbeeld van pater Constant De Deken, op zijn nieuwe locatie naast kasteel Ieperman aan de Bist.
© Kring voor Heemkunde Wilrica

Iedere andere beeldkunstenaar had daar ongetwijfeld ook zijn persoonlijke visie over kunnen vormen. Het is een kwestie van wat je wilt zien. “Hier gaat het om de iconografie van het beeld. Dat is een bepaalde afbeelding van de zwarte en de blanke die vandaag niemand nog zou maken, maar die een getuigenis is van een artistieke impressie die in die tijd toen  zo’n beeld werd gemaakt perfect normaal was”, aldus Antwerps burgemeester Bart De Wever in een interview voor VRT NWS.

Desondanks blijft het beeld een voedingsbodem voor de ‘verdrukten’ in onze maatschappij die zich telkens gechoqueerd voelen bij het passeren van onze pater-koloniaal op de Bist. Het waarom, maar vooral het tijdskader waarin dergelijke kunst tot stand kwam, is voor hen onbelangrijk. Geschiedenis wordt zo herleid tot een slechte herinnering. Weg ermee, hand afzagen, rode verf erover en verder de publieke opinie vergiftigen door het verkondigen van eenzijdige prietpraat.

Een voorafgaande professionele studie over de kunstenaar van het standbeeld van De Deken, Jean-Marie Herain, had nochtans veel negatieve commotie kunnen voorkomen. Men mag niet uit het oog verliezen dat voor dat beeld een nationale wedstrijd was uitgeschreven. De visie van Herain op het ontwerp van zijn winnend ‘wedstrijdbeeld’ was dus duidelijk ingegeven door de algemeen heersende politiek van koloniaal België. Herain was hiermee niet aan zijn proefstuk, en kwam tegemoet aan de wensen van zijn broodheren (de hogere overheid, gemeentes, musea, koloniaal geïnspireerde organisaties, enz.).

Het standbeeld van pater Constant De Deken kan en mag je niet zomaar vergelijken met andere koloniale beelden in België. Het beeld straalt geen heroïsme uit zoals de meeste koloniale standbeelden die we kennen. In Wilrijk was de inhuldiging van het standbeeld in 1904 in eerste instantie een huldebetoon aan een medeburger, op een moment dat in België en Europa het koloniaal beleid economisch voordeel bracht, m.a.w. geld in het laatje! De bevolking wist niet beter. Voor het Wilrijks bestuur, niet in het minst voor de pas verkozen dokter-burgemeester Fréderic Donny, was deze feestelijke gebeurtenis vanzelfsprekend een enorme opportuniteit om zijn kleine plattelandsgemeente “Wilryck” die aanleunde tegen de grootstad, meer naamsbekendheid en erkenning te geven. De gebeurtenis zette Wilrijk letterlijk op de wereldkaart.

De pater-avonturier

Prins Henri d’Orleans (1867-1901) links, en Gabriel Bonvalot (1853-1933), anno 1898.
Bron: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b105010117#

Achter het beeld op de Bist gaat een avontuurlijk aangelegde jongeman schuil, zoon van een gareelmaker aan de Boomsesteenweg, die kansen kreeg én greep om via de Missionarissen van Scheut een voor die tijd ongezien avontuur aan te gaan: missionaris worden in het noorden van het verre China. Zijn apostolische opdracht brengt hem naar de uithoeken van Binnen-Mongolië, en tweemaal doorkruist hij, helemaal alleen, Centraal-Azië.

Zijn latere bekendheid dankt hij aan een toevallige ontmoeting op zijn missiepost in Kouldja (het huidige Yining in West-China) met de bekende Franse onderzoeker Gabriel Bonvalot. Die leidt een wetenschappelijke Franse expeditie naar toen nog onbekende gebieden in Centraal-Azië. De tocht wordt gefinancierd door de hertog van Chartres en zijn zoon, prins Henri van Orléans, die Bonvalot vergezelt op zijn tocht. Op vraag van Bonvalot sluit De Deken zich met toestemming van zijn oversten, aan bij deze gevaarlijke expeditie. Hij beheerst immers perfect de Chinese taal.

Het oorspronkelijke plan van Bonvalot was om Azië door te trekken en Tonkin in Frans Indochina (het huidige Hanoi in het noorden van Vietnam) te bereiken. In totaal was zijn geplande expeditie 9.500 kilometer lang en doorkruist hij landen die voor Europeanen nog onbekend waren. Hun bevindingen worden neergelegd in het verslag ‘De Paris au Tonkin à travers le Tibet inconnu’, dat in 1892 door het Parijse Aardrijkskundig Genootschap wordt gepubliceerd.

Foto genomen in Tibet, 1889. Gepubliceerd in het boek “Dwars door Azië”, Constant De Deken. Clement Thibaut, Antwerpen, 1899.

Bonvalot, d’ Orleans en De Deken behoorden tot de eerste Europeanen die het Tibetaanse plateau bezochten. Helaas wordt in voornoemd verslag haast met geen woord gerept over de rol van de simpele Vlaming, Constant De Deken. Nochtans staat vast dat de expeditie had af te rekenen met verschillende tegenslagen, waarvan sommige met dodelijke afloop. Zonder de hulp van onze Wilrijkse scheutist-polyglot zou de tocht door het meest extreme en onherbergzame gebied ter wereld nooit tot een goed einde zijn gebracht. De expeditie wordt later als een bovenmenselijke prestatie neergezet.

In zijn boek “De Belgische Ontdekkingsreizigers” verwoordt auteur Alban van der Straten het  als volgt: “We zijn goed op de hoogte van de reizen van pater Constant De Deken naar Tibet en Congo dankzij twee boeken die hij geschreven heeft: “A travers l’Asie (1894) en Twee jaar in Congo (1900), evenals de boeken van Bonvalot. De eerste twee boeken zijn met name waardevol omdat deze documenten uit eerste hand vertellen over streken die toentertijd nog te weinig of helemaal niet verkend waren door de Europeanen. Door de vele avonturen die verteld worden en de vrolijke schrijfstijl zijn het leuke boeken om te lezen. Toch kan een hedendaagse lezer een glimlach af en toe niet onderdrukken bij het lezen van de soms naïeve karaktertrekken, of zal hij tandenknarsen bij de racistische vooroordelen die her en der in het boek opgenomen zijn, in het bijzonder van de Chinezen van wie De Deken niet houdt.

Maar die misstappen hebben deels ook te maken met de vrijmoedigheid van de schrijver. De Deken is immers een man van zijn tijd, doordrongen van de Westerse superioriteit en van het starre christelijk geloof. Maar hij heeft alle gewone menselijke trekjes, nu eens moedig en dan weer onhandig, grappig of lomp, nieuwsgierig of hardleers, soms onvriendelijk maar nooit haatdragend. Hij is wellicht geen heilige, maar spreidt in ieder geval een energie en een goedmoedigheid tentoon die buiten kijf staan.” Het klinkt haast als een eerbetoon…

In de beginperiode van de kolonisatie heeft De Deken bijgedragen tot de stichting van een missie in Congo. Dat maakt hem eveneens schatplichtig aan het koloniale België van Leopold II. Hij brengt hier zijn laatste jaren door, deelt zijn ervaringen op het terrein en ontplooit voluit zijn eigenschappen als stoutmoedig, vol zelfvertrouwen, realisme en doorzettingsvermogen. Constant heeft ook zijn gebreken. Hij is paternalistisch, imperialistisch en gebruikt een misplaatste racistische humor naast zijn diepgelovigheid.

In Congo ervaart hij de precaire levensvoorwaarden die in die pionierstijd zo kenmerkend zijn voor de kolonie. Vanuit zijn aangeboren goedhartigheid en paternalisme – houding die hem kenschetst – doet Constant er alles aan om de plaatselijke bevolking te helpen. Roem is niet aan hem besteedt, het strookt niet met zijn opvoeding en levenswandel.

Zijn  ervaringen met verschillende geïsoleerde stammen, waaronder kannibalen, publiceert Constant in periodieke tijdschriften en boeken. Hierbij hanteert hij een typisch taalgebruik, eigen aan die tijd, en brengt deze onbekende wereld tot bij onze beschaving.

In een van zijn verslagen lezen wij een merkwaardige gebeurtenis, tijdens een bezoek bij een stam waar hij als een koning was onthaald: “Men serveerde mij de lekkerste gerechten en het fijnste vlees. Achteraf bleek dat men daarvoor een baby had geofferd, een gewoonte bij die stam voorbehouden aan belangrijke gasten…” Niettegenstaande die choquerende ervaring, brengt hij het verhaal toch mee naar België.

De gezondheid van Constant De Deken gaat echter zienderogen achteruit. Na een laatste bezoek aan België overlijdt hij op 3 maart 1896 in Boma. Hij is dan 44 jaar.   

Illustratie (kopergravure) uit The Journey of Prince Henry of Orleans through Thibet, Johann Nepomuk, Schonberg.
Bron: Meisterdrucke, Kunstreproduktionen Villach, Oostenrijk

In brons vereeuwigd

Of Constant blij zou geweest zijn met zijn standbeeld op de Bist, laten we in het midden. Zelf zou hij daar nooit op aangedrongen hebben, maar het waren de mensen die hem gekend hebben die daar op stonden. Tijdens zijn laatste levensjaren in Congo was hij meer bemiddelaar dan missionaris, waarvoor hij zowel bij de lokale bevolking als de politiek mandatarissen respect afdwong. Getuigenissen van vooraanstaanden, wetenschappers, aardrijkskundige genootschappen en notabelen, liegen er niet om. Naast zijn geboortedorp Wilrijk kreeg hij ook in het toen mondaine Etterbeek een straatnaam in een chique verkaveling. Bij de oprichting van zijn beeld in 1904 was hij al acht jaar overleden.

Maar we mogen ook niet blind zijn voor het feit hoe de koloniale overheersing in Congo ons land terecht in een negatief daglicht stelt. Niettegenstaande het vele en fantastische werk dat is verricht, mogen wij nooit de ogen sluiten voor misdaden als slavernij, uitbuiting, verminking en moord op de lokale bevolking. Ze dienen blijvend collectief afgekeurd. Dat is de les die we vandaag moeten trekken. Het onderwijs heeft daar een verpletterende verantwoordelijkheid in.

Het is dan ook jammer dat de media, specifiek voor het Wilrijkse standbeeld, zo graag op die ene nagel blijven kloppen en daarmee een kleine fanatieke minderheid een forum biedt dat wereldwijd een voedingsbodem vindt. Dit mag evenwel geen excuus zijn om het beeld meer dan een eeuw later als kwetsend voor te stellen, of erger, het uit zijn historische context te rukken om het dan definitief te kunnen laten verdwijnen uit het straatbeeld.

De echte verdienste van Wilrijkenaar pater Constant De Deken was zijn eenvoud. ‘Je houdt van hem of je houdt niet van hem, met zijn eenvoudig kinderhart’. De ontelbare feiten die hij neerschrijft in zijn tijdscontext, worden later veelvuldig en soms onoordeelkundig vertaald. Soms door een gebrek aan achtergrondinformatie en historische duiding, maar ook door de vele aanpassingen van de spellingsregels. Dat maakt van Constant De Deken vandaag een gemakkelijke prooi voor herinterpretatie, springplank voor de zogenaamde minderheden en andere hardroepers. 

Het beeld op de Bist is een ‘tijdsbeeld’ en houdt het verhaal levendig van een jonge Wilrijkenaar die het voor zijn tijd ver had geschopt. Al de rest is geschiedenis.

Wilrijk is België en de wereld niet…

Noten:

-Documentatiecentrum en fotoarchief Kring voor Heemkunde Wilrica

-Pater Constant De Deken, Filip De Pillecyn, A. Malcorps, 1929

-Dwars door Azië, Constant De Deken, 1899

-Twee jaar in Congo, Constant De Deken, 1900

-Constant De Deken, verkenner van onbetreden paden, J. Van den Broeck, gem. Wilrijk, 1966

-De Belgische ontdekkingsreizigers, Alban van der Straten, uitg. Lannoo, 2016

-VRT NWS, Moeten standbeelden van Leopold II weg?, Filip Feyten, 11 juni 2020