Tot voor de Tweede Wereldoorlog werd in de meeste nieuwgebouwde huizen een schoenkrabber aangebracht. Dit was een holte, onderaan in de voorgevel, vlak naast de voordeur, omlijst door een ijzeren geraamte, waar je je schoenzolen kon proper maken vooraleer het huis binnen te stappen.

Was het dan echt nodig dat je schoenen al vanop de stoep een eerste poetsbeurt kregen?

Toch wel. De voetpaden waren in de meeste straten niet voorzien van dalles of andere harde wegbedekking. Alleen de rijweg kreeg meestal een verharding. Niet te verwonderen dat je schoenen meer dan eens slijkerig en vuil waren. Zodra er geplaveide voetpaden werden aangelegd, verdween ook de schoenkrabber.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de voetpaden wel gedalleerd en verdween de noodzaak aan een schoenkrabber.