De laatste eigenaar van het kasteel Oversnes, gelegen aan de Oudestraat, was een verwoed paarden-liefhebber. Albert Schepens frequenteerde niet alleen vaak paardenwedstrijden, op het domein van het kasteel onderhield hij ook een renstal vol dravers. Om deze dravers te kunnen laten trainen, liet Schepens in 1945 op zijn hovingen, een drafpiste van 675 meter aanleggen.

Als de paarden een kans wilden maken om deel te nemen aan een wedstrijd op een van de Brusselse hippodromen, moesten ze een ronde lopen in minder dan 80 seconden. Met een paard dat trager liep, kon men beter niet afzakken naar de hoofdstad. Een van de paarden van Schepens legde het traject echter af in 57 seconden. De Wilrijkse hippodroom uit steengruis en een bovenlaag as, was een snelle piste.

In het voorjaar van 1946 ontstond bij de Antwerpse politie het idee om een grote geldinzameling te doen door het organi-seren van paardenwedstijden op de na-gelnieuwe assepiste. De politiediensten lieten een tribune bouwen en installeerden luidsprekers rondom de piste.

De renbaanpiste lag ongeveer op het tracé van de huidige Standonklaan en Oversneslaan. Bovenaan het kasteel Oversnes met achterliggend bos. Links bovenaan het vroegere voet-balveld van FC Wilrijk. ©Nationaal Geografisch Instituut

En zo werd de renbaan in Oversnes op zondag 4 augustus 1946 opengesteld voor een “reusachtige meeting voor dravers”. Er was op deze mooie hoogzomerdag een massa volk afgezakt naar de Wilrijkse hippodroom, niet uitsluitend Wilrijkenaars maar ook veel “vreemd volk” uit de stad. Dat kon men afleiden uit de kledij. De dames waren “extravagant gekleed met breedgerande hoeden in felle kleuren”, mensen die zich zo tooiden kwam men in Wilrijk zelden tegen.

De pers sprak van een grote gebeurtenis die ongetwijfeld een vervolg zou krijgen. Gazet van Antwerpen, augustus 1946: “Als de nieuwe renbaan succes heeft, zullen de meetings elkander regelmatig opvolgen. En dan zullen we de andere groote steden niet meer moeten benijden om hun renbanen. Antwerpen zal te Wilrijk een van de prachtigste pisten van het gansche land bezitten.”

Deze wens ging echter niet in vervulling. De piste verdween roemloos. Een aantal jaren later werd ze gebruikt voor zijspanmotocrossen (sidecars) en autorodeo’s, om in 1956 voorgoed te verdwijnen toen het landgoed Oversnes werd verkaveld. Tot vandaag worden bewoners van de Oversneswijk bij graafwerken in hun tuin nog steeds geconfronteerd met resten van de renbaanverharding.

Dit artikel is een herwerking en samenvatting van het artikel De Wilrijkse Hippodroom van Jos De Ridder, verschenen in het tijdschrift Wilrica, 1998/3, pagina’s 63 tot 65.