Vandaag verwijzen in het district Wilrijk enkel nog straat- en gehuchtnamen naar een rijk molenverleden: ‘Molenveld’, ‘Schaliemolenstraat’ en ‘Vuurmolenstraat’. Daar komt binnenkort verandering in, want in het voorjaar van 2020 plaatst het districtsbestuur op de Bist tastbaar een stuk Wilrijks molenverleden in de kijker.  

Ongewone archeologische vondst

Op de werf van bouwbedrijf Ben Gagelmans nabij de Bist, op de hoek van de Kleinesteenweg en de Koningin Elisabethstraat, werden bij de voorbereidende graafwerken aan het nieuwbouwproject ‘Brouwerzicht’ op 5 juni 2015 niet minder dan vijf molenstenen opgegraven. En niet de minste: een koppel kleine maalstenen voor graan, samen ongeveer 300 kg zwaar, en een koppel massief granieten ‘kantstenen’ van elk tweeënhalve ton en een ligger. Kantstenen, zo genoemd omdat ze malen met de smalle zijkant, een principe dat al bekend was in de Romeinse tijd. De stenen lagen onder de site van dierenspeciaalzaak Tom & co, voorheen Aldi, en nu residentie Brouwerzicht aan de Bist.

Het koppel kleine maalstenen (zie foto rechts) kan best afkomstig zijn van een rosmolen die hier in de buurt stond, maar dat blijft voorlopig gissen. De grote kantstenen (zie foto rechtsboven) blijken afkomstig uit een ‘kollergang’, van het Duitse woord Koller of Kuller, dat wals of rol betekent.

de vijf molenstenen gevonden aan de Koningin Elisabethstraat. © Hugo Cassauwers
het koppel kleine maalstenen © Hugo Cassauwers

Kantstenen zijn perfect geschikt voor het pletten van allerhande producten. Bij het pletten van oliehoudende zaden spreken we dan van een oliemolen, olie die o.m. werd gebruikt als brandstof voor olielampen voor het verlichten van huizen. De kollergang vond in onze contreien zijn toepassing in zowel windmolens, watermolens maar ook in rosmolens (=aangedreven door een lastdier).

Het feit dat er nabij de vindplaats aan de Bist nooit een windmolen op een hoge molenberg heeft gestaan, laat staan de toepassing van een kollergang, plaatst ons voor een raadsel over de herkomst van de stenen.

Wat Wilrijkse molengeschiedenis

Ooit telde Wilrijk drie windmolens:

1. De ‘Oude Molen’ aan het Molenveld. Het was een houten standaard- of staakmolen op een aarden molenberg, vandaag te situeren nabij benzinestation Q8 aan de Groenenborgerlaan. Bij een standaardmolen of staakmolen draaide de volledige molenromp, inclusief de wieken, rond de staak om de molen naar de wind te zetten.

2. De ‘Nieuwe Molen’ op de hoek van de Boekstraat en Boomsesteenweg, nu Pastoor Pauwelsplein. Hij was van hetzelfde type en stond op een (nog) hoge(re) molenberg. Immers hoe hoger de molen, hoe meer wind in de wieken!

3. De ‘Nieuwe Schaliemolen’. Die bevond zich op de hoek van de voormalige Jules Moretuslei en de huidige Schaliemolenstraat. Het was een achthoekige houten stellingmolen gebouwd op een iets bredere, eveneens achthoekige bakstenen onderbouw. Bij deze molen draaide enkel de molenkap, inclusief de wieken, naar de wind. De molenromp was bekleed met houten schaliën, vandaar de toepasselijke naam ‘Schaliemolen’.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 werden zowel de Oude Molen als de Nieuwe Schaliemolen door soldaten van het naburige Fort 6 platgebrand.

Panorama van Wilrijk ca. 1870. Links de Nieuwe Schaliemolen, midden de Sint-Bavokerk, en rechts de Oude Molen. © Kring voor Heemkunde Wilrica.

Afbraak en recuperatie?

In 1816 bouwde Petrus Ockers letterlijk een ‘Nieuwe Molen’ aan de Boomsesteenweg. Nadat zijn dochter huwde met Joannes-Ludovicus Comperen, ‘mulder-olieslager’, sprak men van de Molen van Comperen. De vermelding van ‘olieslager’ kan er op wijzen dat hij eveneens beschikte over een oliemolen.

Het gezin Comperen kreeg 13 kinderen. Toen ze naast hun molen ook een brouwerij bouwden, kwamen de zonen aan de kost als mulder-brouwer. Later voorzag men de houten molen nog van een stoommachine, wat maakte dat hij minder afhankelijk was van de wind. In de  volksmond sprak men dan van een ‘vuurmolen’.

Zicht op de Kleinesteenweg vóór 1890. Bemerk boven de huisjes in het midden twee molenwieken van de Nieuwe Molen aan de Boomsesteenweg (1819-…?), Bernard De Pooter. © Kring voor Heemkunde Wilrica.

De molen verdween vrij vroeg uit het landschap, want in 1890 komt hij al niet meer voor op het kadasterplan. Wat er met de complete molen en/of de maalinrichting gebeurde is een raadsel. Al was het in die tijd niet ongewoon dat dergelijke kostelijke maalinrichting, w.o. de massieve houten gebinten, de wieken en duurzaam maalmechanisme, werd gerecupereerd. In vogelvlucht bevond de Nieuwe Molen zich op slechts 360 meter afstand van de vindplaats van de molenstenen aan de Koningin Elisabethstraat. De korte afstand naar de Bist zou dergelijk zwaar transport zeker niet onmogelijk maken, al blijft het een hypothetische benadering.

Brandewijn-jeneverstokerij ‘de Hand Gods’

In zijn Geschiedenis van Wilrijk (1982) maakt professor Van Passen melding van het bestaan van verschillende rosmolens in Wilrijk, naast de drie grote houten windmolens. In de 18de eeuw, en in het begin van de 19de eeuw, waren in Wilrijk verschillende brouwers gevestigd die tegelijk ook als molenaar stonden ingeschreven. Beide beroepen waren duidelijk met mekaar verweven, en de bedrijfjes hadden vaak hun eigen rosmolen of graanwindmolen.

Bij een rosmolen werden de molenstenen aangedreven door lastdieren, meestal een paard of een ezel. Met dit type van molen kon men perfect in windstille periodes blijven malen én leveren…, ook aan zichzelf. Het is dus meer dan waarschijnlijk dat er lang geleden in het centrum van de gemeente, de Bist, meer dan één rosmolen gevestigd was.  

Of het koppel kleine maalstenen van een muldersbedrijf afkomstig is, kunnen we niet meer achterhalen. Het kan best zijn dat we hier te maken hebben met een restant van de  rosmolen van brouwer Nagels, die vlakbij de Bist en de Varkensmarkt drie bedrijven uitbaatte: een brouwerij, een jenever- en brandewijnstokerij en een rosmolen, genaamd ‘de Hand Gods’, de voormalige site van Gedimat-Bridts (*).

Van Passen schrijft hierover dat onze brouwer naast zijn heerlijk blond gerstenat, ook brandewijn verkocht. Dat maakt dat hij op zijn brouwerssite, of in de omgeving ervan,  beschikte over een stokerij voor brandewijn. Brandewijn was niet alleen een geestrijke drank, maar werd ook veelvuldig toegepast als inlegproduct om voedsel lang te bewaren. De familie Bridts-Van Haevermaet (*) is nog in het bezit van een zware arduinen fundatieblok van deze rosmolen, toen die werd opgegraven bij grondwerken op hun terrein.

Bitterpeeënfabriek aan de Zavellei

Blijft de vraag van waar die massieve kantstenen dan wel afkomstig zijn? Bekijken we de stenen in detail dan zien we dat ze voorzien zijn van metalen onderdelen zoals flenzen, bouten, en centraal aan de ligger een lagerblok voor bevestiging van de verticale aandrijfas. We hebben hier dus te maken met vrij jonge stenen uit het begin van de 19de eeuw, de aanvang van de industriële revolutie. In die periode bevond zich aan de toenmalige Zavellei, huidige Koningin Elisabethstraat, een cichoreifabriek, te situeren op de exacte vindplaats van de molenstenen. Vlak ernaast bevond zich een depot van de vrijwillige brandweer, alsook de gemeentelijke jongensschool (huidige sporthal De Bist). In de volksmond sprak men van het ‘bitterpeeënfabriekje van De Groof’. Vermoedelijk is dit de relatie tot onze molenstenen.

Opstelling 19de eeuw. (Google)   

                                          

 Voorbeeld toekomstig monument (Google)

Mijn vader, geboren in 1924 in de Zavellei, herinnerde zich de scherpe geur van het branden van de cichorei tot zogenaamde ‘peekoffie’ ook wel ‘koffie van de armen’ genoemd. Van milieunormen was toen nog geen sprake.

Aan die bedrijvigheid kwam in 1944 brutaal een einde toen een V2-raket insloeg op de gemeenteschool en daarbij de hele omgeving in puin legde.

Als ode aan dit eeuwenoude maalprincipe, worden de zware molenstenen terug in hun originele opstelling geplaatst, beide kantstenen verticaal op hun ligger. Het indrukwekkende monument krijgt een plaats op het brede voetpad naast het nieuwbouwproject Brouwerzicht aan de Bist, de voormalige Varkensmarkt. Voltooiing is voorzien voor juli 2020.