Van Luc Damen, voorzitter van de Heemkundige Kring De Griffioen uit Dessel, ontvingen wij enkele mooie herkenbare foto’s over de begrafenis van kunstschilder Karel Ooms in maart 1900.

Samen hebben wij getracht een en ander uit te zoeken.

We kennen de huidige Karel Oomsstraat als een van de invalswegen naar Wilrijk, straat gelegen tussen de Jan Van Rijswijcklaan en de Desguinlei. Sinds eeuwen maakte deze weg deel uit van de “wech naer Wilrijk”.  Het tracé van deze “Wilrijksebaan” komt vandaag overeen met de Koningin Elisabethlei, de Karel Oomsstraat, de Gérard Le Grellelaan en de Beukenlaan.  In de 19de eeuw maakte de huidige Karel Oomsstraat en de Koningin Elisabethlei deel uit van de Warandestraat waar de herenwoning van Edith Van Eersel was gevestigd.  Door haar toedoen werd een gedeelte van de Warandestraat in 1911 hernoemd tot de Karel Oomsstraat.  Het resterende gedeelte van de Warandestraat werd in 1919 herdoopt tot de Koningin Elisabethlei [1]

Maar wie was Karel Ooms ?

Karel Ooms wordt op 27 januari 1845 in Dessel geboren bij een landbouwersgezin als zevende kind van Jan Ooms en Maria Elisabeth Verdonck.   Al op jonge leeftijd wordt zijn tekentalent door zijn onderwijzer in de lagere school opgemerkt.   Met de financiële steun vanuit zijn woonplaats en door de introductie en steun van provinciegouverneur Teichmann wordt Karel op zijn 12 jaar ingeschreven in de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten.   Het is de hoofdbestuurder Nicaise De Keyser (1813-1887) zelf die Karel onder zijn hoede neemt en hem een studiebeurs bezorgd.

Op zijn 20 jaar wordt hij al uitgeroepen tot Laureaat van de Academie.. Een (nu nog steeds) prestigieuze bekroning die in Dessel niet ongemerkt voorbijgaat

Uit een verslag dat Du Moulin schrijft in 1865 lezen wij dat : “zijn gemeentedorp zich in een feesttooi had uitgedost.  De intocht in het dorp was koninklijk. Aan de grens werd de Laureaat door een groep ruiters en de burgemeester verwelkomd. Onder het bulderen van het kanon -speciaal voor die gelegenheid vervaardigd-, het luiden der klokken en de muziek der fanfare stapte Karel Ooms naar de prachtige versierde kiosk op het dorpsplein. Hier werd hem door de bevolking en de schoolkinderen een schitterende hulde gebracht.” [2]

In 1870 is Karel Ooms laureaat van de “Prijs van Rome” met een 2de plaats.Een jaar later vestigt hij zich als zelfstandig kunstenaar in de Zirkstraat in Antwerpen. Vandaag de dag is hij nog amper bekend, maar in die tijd was hij niet enkel een lokaal talent maar haalde ook wereldwijd verschillende prijzen o.a. in Praag (1877), Amsterdam (1883), Adelaide (1887), Melbourne (1888) en Chicago (1893). Karel interesseert zich uitdrukkelijk voor het historische genre. Hij wordt een veel gevraagd portret- en landschapsschilder en een graag geziene gast bij zijn opdrachtgevers in de Antwerpse kunstminnende, aristocratische kringen. Karel reist veel in Europa maar ook in het Midden-Oosten.  Zijn oeuvre omvat niet minder dan 220 schilderijen, waarvan zowat een derde portretten. Zoals altijd zijn er voor- en tegenstanders van zijn werk.  Zeker in de periode rond de eeuwwisseling met de opkomst van nieuwe kunststrekkingen zoals impressionisme, modernisme, fauvisme, enz. …

Hij blijft vrijgezel tot zijn 52 jaar wanneer hij kennis maakt met jonkvrouw Edith Van Eersel, weduwe van Emile August della Faille, een rijke kunstminnende dame.

Emile August della Faille (1835-1890)  X  Edith van Eersel (1841-1921)

Emile August, geboren in Antwerpen op 7 september 1835, was de zoon van Eduard della Faille de Waerloos (1799-1870) en Julie Marie della Faille (1800-1866), gehuisvest in kasteel Den Brandt te Wilrijk.   Bij hun overlijden werden ze begraven in de grafkelder tegen het koor aan de noordzijde van de Sint-Bavokerk te Wilrijk.[3]

Edith Marie Van Eersel werd geboren te Brussel op 12 december 1841 als dochter van Charles Gerard Ridder Van Eersel (1811-1851) en Sidonia Maria Baesen (1817-1867).

Op 25 april 1865 huwen Emile August della Faille (29) en Edith Van Eersel (23) te Wilrijk voor burgemeester Michel Willems.[4] Na de dood van zijn ouders komt het domein en kasteel Den Brandt in handen van Emile August waar hij gaat wonen met Edith.  Emile en Edith hebben samen één zoon, Maurice Edouard (1866-1869) die reeds sterft op driejarige leeftijd.  Hij werd bijgelegd bij zijn grootouders in de familiekelder tegen de Sint-Bavokerk.[5] Emiel August wordt getroffen door een hartaanval op 15 februari 1890, tijdens een wandeling op zijn domein Den Brandten overlijdt ter plaatse. Als aandenken bouwt de naaste familie in 1933 de Mariakapel in de Beukenlaan tegenover de Middelheimlaan, “ter volbrenging van een godvruchtige belofte”.[6]

Karel Ooms (1845-1900)  X  Edith Van Eersel (1841-1921)

Karel Ooms was al enkele jaren de familieschilder van de della Failles.[7] De 52-jarige Karel woonde in de Van Eycklei Antwerpen.  De vier jaar oudere  Edith verbleef in haar herenhuis in de Warandestraat, dat zij in 1892 liet bouwen door architect Joseph Hertogs.[8]  Zij huwen op 17 november 1897 te Antwerpen.   Op de huwelijksakte staat genoteerd dat Karel historieschilder is en Officier der orde Leopold. [9]  Het koppel gaat wonen in het “hotel” van Edith in de Warandestraat, de huidige Karel Oomsstraat

Wegens de hartproblemen van Karel Ooms verhuist het echtpaar niet lang nadien naar Cannes in Zuid-Frankrijk waar Edith’s villa staat.   Het is aan deze hartkwaal dat hij aldaar op 55-jarige leeftijd sterft op 18 maart 1900.

De belangstelling bij de dood van Karel Ooms is zeer groot. De pers en de collega kunstenaars  zijn niet altijd even lovend over zijn oeuvre. Niettegenstaande hij verschillende topwerken heeft geschilderd waaronder  “De Verboden Lezing” die velen van ons nog  kennen van de koekjesdozen.[10] Over zijn werk en kwaliteiten als kunstenaar willen we niet verder uitweiden.  Deze zijn te vinden op de sociale media, Wikipedia en internet. En dan kan je zelf een oordeel vormen. 

Ten grave gedragen in Wilrijk

Karel Ooms had zijn schildersatelier in de buurt van de Academie en woonde op diverse adressen in het stadscentrum voor zijn huwelijk.  Bij zijn overlijden was hij officieel ingeschreven in het herenhuis van zijn echtgenote. Dit imposante landhuis in de Warandestraat was gelegen rechts van het toenmalige kasteel Fester, waar Nicaise De Keyser woonde tot aan zijn dood in 1887.  Momenteel wordt dit ingenomen door “de! Kunsthumaniora”, campus Harmonie.[11]


De kerkelijke begrafenisplechtigheid op 27 maart 1900 had plaats in de Sint-Laurentiuskerk (Van Schoonbekestraat / Markgravelei).

De teraardebestelling gebeurde op de begraafplaats van Wilrijk, gelegen aan de Jules Moretuslei en de Kerkhofstraat. De lijkstoet kunnen we volgen vanuit kasteel Steytelinck dankzij de duidelijke foto’s die we ontvingen van Heemkring De Griffioen.

Ongetwijfeld heeft de weduwe Edith Van Eersel een rol gespeeld in de keuze van het Wilrijkse kerkhof als laatste rustplaats voor Karel en zichzelf.

Het “Nieuwe Kerkhof” aan de Jules Moretuslei werd opengesteld op 1 januari 1890.   Het kerkhof rond de Sint-Bavokerk, waar haar zoon Maurice, haar schoonouders della Faille, en vele andere familieleden hun laatste rustplaats hadden, werd niet meer gebruikt.

De lokale overheid had deze gronden van het “Nieuwe Kerkhof” in 1887 van de familie della Faille gekocht.[12]   In die periode was het trouwens de christelijke overtuiging dat, als families dicht bij elkaar werden begraven, ze bij de opstanding van de doden elkaar zouden weerzien.

Zoals we kunnen waarnemen op de foto vertrok de lijkstoet van Karel Ooms vanuit het Kasteel Steytelinck, langs de achterzijde van de Sint-Bavokerk, op weg naar het Nieuw Kerkhof (het huidige begraafpark Moretus) in de Kerkhofstraat.   Volgens de uitdrukkelijke wens van de kunstenaar mochten er “Geen bloemen, noch kransen gebracht worden”.[13]

We zien op de foto’s dat enkel mannen de lijkkist volgen.   Naargelang de gemeente of dorp kon de lijkstoet verschillen.   Algemeen, en vooral bij de burgerij en de adel,  volgden enkel de mannen de lijkkist naar de begraafplaats.  De vrouwen bleven achter in de kerk of gingen naar de plaats waar de koffietafel plaats vond.[14]

Waarom de stoet vanuit Steytelinck vertrok is nog niet achterhaald.   Vermoedelijk had weduwe Edith Van Eersel een goede band met de toenmalige bewoonster van het kasteel, Louise Moretus-de Theux.  De Wilrijkse adel was immers
een gemeenschap waar iedereen iedereen kende. 

Op de foto zien we dat E.H. Finoulst, pastoor van de Sint-Bavoparochie, de laatste rustplaats van de afgestorvene zegent met de afscheidsrituelen.  De man in uniform uiterst rechts is Angelius Wouters, de kerkelijke ordebewaker, in de volksmond de “Suisse” genoemd.

De begrafenis van Karel Ooms ging in Wilrijk niet onopgemerkt voorbij.  Alleszins niet bij de molenaars die de wieken van hun molens in “rouwstand” hadden gezet, waarbij de bovenste wiek symbolisch net voorbij 12 uur staat. (zie achtergrond)

In 1921 bij het overlijden van Edith van Eersel werd zij hier eveneens begraven.

De grafsteen van Karel Ooms (1845-1900) en Edith Van Eersel (1841-1921) is gedekt door gevelde kruisen, zoals veel grafmonumenten in Zuid-Frankrijk uitgevoerd werden.

Op 1 april 1967 werd deze begraafplaats gesloten voor alle ter aarde bestellingen.

In de daaropvolgende jaren werden vele grafmonumenten en familiegrafkelders ontruimd, afgebroken en/of elders herbegraven.  

Besluit

Bij de afbeelding aan de open grafkelder, zien we dat deze reeds volledig voltooid is.

Hebben de grafdelvers op die korte termijn de kelder al gegraven en opgebouwd ?

Of werd Karel Ooms hier bijgelegd in een reeds bestaande familiekelder waar de eerste echtgenoot van Edith, Emile August della Faille, werd begraven.

Dit zou als zodanig kunnen geïnterpreteerd worden door het grafschrift dat opgetekend werd door Jozef Schobbens in 1931.

Ter info :

In de Grote Witte Arend aan de Reyndersstraat in Antwerpen werd de Sint-Caroluskapel opgericht ter herinnering aan Karel Ooms.

jdm (met medewerking gvn)


[1] Vlaanderen Onroerend Erfgoed https://id.erfgoed.net/themas/11744

[2] Taxandria 1939-1, blz. 24 waar auteur Kan. J.E. Janssen verwijst naar “Verslag der Feesten van Desschel, gegeven bij de bekrooning des Heeren Karel Ooms”, Herenthals, V.J. Du Moulin, 1865

[3] Graf en gedenkschriften van de Sint-Bavokerk, J. Schobbens 1931, Provinciearchief Antwerpen

[4] Huwelijksakte nr. 4, 1865 Wilrijk

[5] Geschiedenis van Wilrijk, Prof. Robert Van Passen, 1982 blz. 698 en Graf en gedenkschriften J. Schobbens 1931 Provinciearchief Antwerpen

[6] Nieuwsbrief nr.17 van de Vrienden van de Antwerpse Madonna’s, (10de jaargang 2011)

[7] Geschiedenis van Wilrijk, Prof. Robert Van Passen, 1982,  blz. 698

[8] Wikipedia  https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/5358

[9] Huwelijksakte nr. 2011, 1897 Antwerpen

[10] Afbeelding “de Verboden Lezing” Karel Ooms, Public domain, via Wikimedia Commons

[11] Alex Elaut, https://duitsekolonie.procant.be/de-duitse-kolonie-van-antwerpen-19de-eeuw-2/henri-fester-en-zijn-kasteel/

[12] Geschiedenis van Wilrijk ,Prof. Robert Van Passen, 1982,  blz. 535

[13]Tijdschrift Taxandria 1939-1, blz. 35, Kan. J.E. Janssen

[14] Ben Hartman, http://www.benhartman.nl/begrafenisrituelen/de-lijkstoet/  en Jef de Jager https://www.jefdejager.nl/dood.php