Na de Tweede Wereldoorlog werd Wilrijk in toenemende mate geconfronteerd met allerhande problemen rond het gebruik van de Bist, het gevolg van nieuwe functies en diverse activiteiten. Zo ontstond in 1953 het bijzonder plan van aanleg nr. 11, ‘BPA-centrum’. Twee jaar later werd een groot gedeelte van het middenplein gekasseid en omringd met brede voetpaden. Voor de sportievelingen legde men een basketbalterrein en een volleybalterrein aan. ‘Koning auto’ had het toen nog niet voor het zeggen. Belangrijkste stimulans in die evolutie was het tijdsbeeld dat enkele jaren daarvoor was gecreëerd bij de wereldtentoonstelling Expo ’58. Met als gevolg een gigantische omwenteling van een naoorlogse maatschappij tot welvaartmaatschappij.

Als randgemeente naast de grootstad Antwerpen vormde Wilrijk hier geen uitzondering op. Een eerste aanpassing aan het BPA-centrum in 1960 vormde de basis voor een verdere modernisering van de Bist. De pleinwanden mochten opgetrokken tot tien meter hoogte, het gelijkvloers indien gewenst ingedeeld in twee verdiepingen, in te richten als woonst of als handelspand. Op de verdiepingen mochten enkel woongelegenheden komen. Een revolutionair plan voor een semi-plattelandsgemeente in haar onbedwingbaar verlangen naar voorstad! Intussen had grootwarenhuisketen GB (vandaag Carrefour) ook al interesse laten blijken voor de bouw van een nieuwe vestiging in het centrum van de gemeente. Voorwaarde was voldoende parkeergelegenheid, en die vond men ruimschoots aan de Bist.

Definitieve ommekeer

De jaren ‘60 van vorige eeuw waren voor de autonome gemeente Wilrijk een periode van hoogconjunctuur. Financieel ging het de gemeente voor de wind. Wonen, werken en winkelen in eigen gemeente waren voor het bestuur dan ook van primordiaal belang. Nog datzelfde jaar, op 9 december 1960, schreef het gemeentebestuur een ‘nationale prijskamp’ uit, met de bedoeling nieuwe stedenbouwkundige ideeën in te brengen rond de urbanisatie van de Bist. Uitgangspunt was om zoveel mogelijk mensen ‘te stapelen’ (vakjargon voor appartementen) en een nieuw kloppend winkelhart te creëren in het centrum van de gemeente. Twee architecten, Leirens en Sepelie, wonnen de architectuurwedstrijd.

Een onverwachte meevaller voor de gemeente was het overlijden van de weduwe van gewezen gemeenteontvanger Mast. Zij was niet alleen eigenares van de huizen aan de Heistraat, bekend als de kleine witgekalkte ‘huisjes van Mast’, maar ze bezat ook huizen aan de Koningin Elisabethstraat alsook een huis aan de noordzijde van de Bist, inclusief de binnengronden, met een totale oppervlakte van ca 1 ha! Na verwerving van de gronden lanceerde het bestuur het idee om meteen de volledige vernieuwing van de gemeentekern op de tekentafel te leggen. Niet enkel de urbanisatie van de Bist maar het ganse binnengebied dat aansloot bij de noordzijde van de Bist, de zone tussen de Koningin Elisabethstraat, de Jules Moretuslei en de Heistraat. Niet iedereen was zo meegaand in die urbanistische droom, en al vlug kwam heel wat verzet tegen deze ‘wilde’ plannen van het gemeentebestuur, meer bepaald van grote bezieler Louis Kiebooms, in de volksmond ook wel smalend de ‘urbanist/burgemeester’ genoemd.  

Historische kern ‘Bist’ versus ‘De Kern’

Met een gelegenheidsfolder ‘Urbanistische herschepping van de oude gemeentekern’ schetste het bestuur de bestaande toestand van de Bist, de historische woonkern en de in het centrum gevestigde commerciële activiteiten. Het ‘BPA-centrum’ werd er kleurrijk en overzichtelijk in afgebeeld. Het bood oplossingen aan (toen al!)  gekende verkeersproblemen in het centrum, parkeerproblemen en ondergrondse garages, het nieuwe winkelcentrum, oude en nieuwe bebouwing en groene zones. Verder bevatte de brochure een aantal illustraties waaronder schetsen van de toekomstige gevel- en straatgezichten en foto’s van de verschillende maquettes.

Leirens en Sepelie mochten zich nu gezamenlijk buigen over een studie voor de stedenbouwkundige aanleg en ruimtelijke ordening van de Bist en omgeving. Men ging ervan uit dat het handelsaspect zich in deze zone nog sterker kon ontwikkelen. Ook hoopte men dat de bevolking in de nieuwe woonzone rond de Bist op evenredige wijze zou toenemen.

Onteigeningen en bedreigingen

Het duurde niet lang of het grote woord was eruit: onteigenen! Verscheidene ontevreden eigenaars van gronden en gebouwen in voornoemde zone mengden zich nu ook in de discussies. Er volgden informatievergaderingen, petities, protesten en zelfs bedreigingen aan het adres van het gemeentebestuur. Wie wind zaait, oogst storm! Het ‘regende’ bezwaarschriften die evenwel allemaal zonder uitzondering werden besproken met de administratie, de urbanist, de architecten en nog anderen. Al deze bezwaren werden achteraf bij het dossier gevoegd, samen met een verantwoording van het gemeentebestuur. Een tijdrovende operatie. Ook Stedenbouw nam op zijn beurt de wettelijk voorziene periode in acht en vroeg waar nodig om bijkomende inlichtingen.

Uit het uitgebreide advies van de heren Leirens en Sepelie onthouden we vooral dat een overdekte winkelstraat met gelijkvloerse winkelpanden, te beginnen vanaf de Bist, niet werd weerhouden. Ter vervanging kwam er tegen de Heistraat een groot gebouw met verdieping: het toekomstige ‘Shoppingcenter De Kern’.

Maar het gemeentebestuur was bezorgd over het lot van de bestaande handelszaken aan de Heistraat, meer bepaald de winkelpanden die plaats moesten maken voor de geplande nieuwbouw, maar ook over de vele handelszaken aan de Jules Moretuslei.

Men koesterde de verwachting dat met de verwezenlijking van het nieuwe winkelcentrum De Kern zich ook meer handelszaken op de Bist zouden vestigen. Die zouden dan samen met de al bestaande handelszaken de winkelas Bist-Kern-Mastplein-Jules Moretuslei gaan uitmaken. Met een open doorgang onder blok 2 (t.h.v. het huidige Grand Café Georges) en door de winkelruimte van de toenmalige kledingzaak Belvu naar de Jules Moretuslei kwamen de ontwerpers tegemoet aan het verzoek van de handelaars van de Jules Moretuslei om zo één handelsboulevard te creëren.

Eindelijk groen licht

Met de goedkeuring van het Koninklijk Besluit van 13/01/1967 kreeg het plan voor de hernieuwing van de gemeentekern groen licht, gevolgd door de goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg ‘De Bist, nr. 11A’ door Stedenbouw. De Gentse bouwfirma, de N.V. Van Kerkhove & Gilson kreeg het order voor de verwezenlijking van het ganse project. De oude gevels aan de Bist maakten geleidelijk aan plaats voor nieuwe moderne pleinwanden. Appartementsgebouwen van zeven, zeventien en eenentwintig verdiepingen, in totaal goed voor zo’n 400 nieuwe woongelegenheden, naast een 50-tal nieuwe handelszaken, honderden ondergrondse garages en een shoppingcentrum – naar verluidt het derde in België! – veranderden definitief de skyline van Wilrijk.

De werken startten officieel op vrijdag op 2 januari 1970. De eerstesteenlegging volgde op 22 september van datzelfde jaar. De gigantische bouwactiviteit die erop volgde in het centrum van de gemeente was voor Wilrijk toen dé bouwwerf van de eeuw. Toch bleef het project niet gespaard van kritiek. Was hoogbouw wel op zijn plaats in het centrum? Was er voldoende over gecommuniceerd met de Wilrijkenaar? Bij een deel van de bevolking blijven de meningen na al die tijd nog steeds uiteenlopend en controversieel.

Meer lezen: “De Bist, een plein vol herinneringen, Jef Verstappen”, “Wilryck, straten en pleinen”.