Toen dr.Frederik Donny na zijn universitaire studies in 1884 in Wilrijk terecht kwam om een dokterspraktijk over te nemen, telde het dorp een paar duizend zielen.

Een dokter in een kleine dorpsgemeenschap genoot einde 19de eeuw heel wat aanzien. Hij behoorde tot de selecte groep van notabelen, samen met de burgemeester, de notaris, de pastoor en de schoolmeester, en was voor menig pati√ęnt de toeverlaat aan wie men zijn priv√©-beslommeringen (ook de niet-medische) kwijt kon.

‚ÄúMeneer Doktoor‚ÄĚ was dan ook een graaggeziene figuur.

Frederik Donny heeft van deze dokterspopulariteit handig gebruik gemaakt om ook zijn politieke stempel op Wilrijk te drukken.

Het¬† verhaal van een geneesheer-burgervader die ‚Äúzijn‚ÄĚ Wilrijk, tijdens het begin van vorige eeuw, op de kaart zette.

 

—————————

 

Frederik Donny,  geboren in Veltem bij Leuven in 1861,  kwam naar Wilrijk om één van de twee beschikbare artsenpraktijken, die reeds enkele jaren vacant was, in te vullen. Dr. Alfons Weewauters was reeds in 1880 naar Antwerpen verhuisd en het volledige plaatselijke medisch korps berustte bij dr. P.Holemans, weliswaar  meermaals bijgestaan door collega’s uit naburige dorpen.

 

Met twee artsen in hetzelfde dorp, beiden met een ongebreidelde politieke ambitie en behorende tot dezelfde partij, was een tweestrijd tussen de jonge dokter en zijn oudere collega voorspelbaar.

Uiteindelijk zou Frederik Donny in deze  concurrentieslag aan het langste einde trekken.

 

De tweestrijd begon in 1892, toen in juli een tyfuskoorts uitbrak. De provinciegouverneur gaf elke gemeente het bevel een gezondheidscommissie op te richten. In Wilrijk werd Holemans voorzitter van de commissie en zetelden Donny, de politiecommissaris en enkele gemeenteraadsleden als commissieleden.

De raad was amper ge√Įnstalleerd of het kwam al meteen tot een incident tussen de twee artsen omdat Donny zich kandidaat stelde voor de benoeming van ‚Äúpokzetter‚ÄĚ en deze lucratieve functie ook verkreeg. Normalerwijze werd het pokzetten aan de geneesheer met de meeste anci√ęnniteit (Holemans) toegewezen.

 

Dat het helemaal niet boterde tussen de dokters kwam enkele jaren later nog meer tot uiting toen beiden zich bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1895 kandidaat stelden op de lijst van de plaatselijke Katholieke Partij.

 

Voor de katholieken was deze verkiezing zeer belangrijk omdat zij met een ‚Äúeendrachtslijst‚ÄĚ de spons wilden vegen over de interne twisten van voorbije decennia die in 1886 hadden geresulteerd in een scheuring binnen de katholieke harmonie St. Bavo en de oprichting van de ‚Äúdissidente‚ÄĚ muziekvereniging Concordia.(in de Wilrijkse volksmond, de Witoogers genaamd)

De gemeenteraadsverkiezingen van 1895 waren tevens de eerste waarbij het meervoudig stemrecht werd ingevoerd.

 

(Het meervoudig stemrecht hield in dat elke mannelijke kiezer recht had op één stem, mogelijk aangevuld met één bijkomende stem op grond van eigendom, en één uit hoofde van gedane studies.)

 

Scheurlijsten konden, door dit meervoudig stemrecht, wel eens nefaste gevolgen hebben voor de in Wilrijk allesoverheersende katholieke partij. De ogenschijnlijke eendracht had resultaat. De katholieken verwierven 8 van de 9 zetels. De enige overblijvende zetel was voor de liberalen.

 

Jan Frans De Groof werd burgemeester voor een nieuwe ambtstermijn en Dr. Holemans (Concordiagroep) werd verkozen tot eerste schepen. Frederik Donny, die op een onverkiesbare plaats op de lijst fungeerde, bekwam de eerste opvolgersplaats maar moest niet al te lang wachten op een zitje in de gemeenteraad. Hij zette reeds drie maanden na de verkiezingen, zijn eerste stappen in de politiek.

De zwanenzang van collega Holemans was ingeluid.

 

Prof. Robert Van Passen (auteur van de Geschiedenis van Wilrijk, 1982) vertelt  over die beginfase van Donny’s politieke carrière het volgende  :

 

‚ÄúToen De Deken reeds op 9 maart 1896 zijn ontslag als raadslid nam, werd Dr. Donny zijn plaatsvervanger. Nu zetelden er twee geneesheren in de Raad, wat de verstandhouding blijkbaar niet erg heeft in de hand gewerkt binnen de meerderheid. Raadslid Dr. Donny legde burgemeester De Groof herhaaldelijk het vuur aan de schenen i.v.m. de bedelingen die door hen zouden gedaan zijn namens het armbestuur. Het ging ook over uitgaven aan medicamenten, een punt dat Donny uiteraard erg aanbelangde …‚ÄĚ.

 

‚Äú‚Ķ.Binnenshuis werd er voortdurend aan kleine ‚Äúdorpspolitiek‚ÄĚ gedaan. Die oppositie was begrijpelijk, zolang ze van raadslid Vergouwen kwam, de enige niet-katholieke verkozene. Herhaaldelijk wilde Vergouwen bepaalde gemeentelijke documenten inkijken, waartegen het schepencollege zich verzette. In 1896 wendde Vergouwen zich daaromtrent zelfs tot de gouverneur. Maar Dr. Donny, die tot de meerderheid behoorde, veroorzaakte dezelfde moeilijkheden en stond eveneens op zijn recht om documenten in handen te krijgen. Ook hij bekloeg zich over de onwilligheid van het college op dit gebied bij de gouverneur. Men vergete niet dat Dr. Holemans deel uitmaakte van het schepencollege …

 

‚ĶDe spanningen binnen de gemeenteraad en het college leidden ertoe dat Dr. Holemans in september 1898 het schepenambt neerlegde.¬† Frederik Donny¬† werd op tot zijn opvolger verkozen.‚ÄĚ ¬†Exit Holemans.

 

Vier jaar later had Frederik Donny zich tot de sterke man binnen de Wilrijkse katholieke partij opgewerkt en werd hij, bij het overlijden van Jan Frans De Groof, in januari 1903 Рzonder enige tegenstand-  waarnemend burgemeester. Hij was toen 42 jaar.

 

Dat Donny onbetwistbaar de kopman van de plaatselijke katholieke partij was geworden, werd nogmaals overduidelijk bij de gemeenteraadsverkiezingen in oktober van datzelfde jaar, 1903.

Donny was er opnieuw  in geslaagd om de katholieken (St. Bavo) en de afgescheurden (Concordia) op één lijst te groeperen, ondanks de strubbelingen die het aftreden van Holemans hadden teweeg gebracht.  De katholieke eendrachtslijst behaalde opnieuw een volstrekte meerderheid met 659 stemmen tegen 415 voor de liberale oppositie..

Donny bekwam zelf  659 (jawel) voorkeurstemmen. Het fundament voor bijna 20 jaar burgemeesterstap was gelegd.

 

Wilrijk op de kaart zetten

 

‚ÄúWilrijk op de kaart zetten‚ÄĚ was √©√©n van de belangrijkste uitdagingen die dr.Donny¬† zich had gesteld toen hij de eed als burgemeester aflegde.

 

De nieuwe burgemeester wenste Wilrijk van een onbekend, pretentieloos en zielloos boerendorp tot een prestigieuze voorstad en knooppunt voor het zuidelijke landbouwgebied te laten uitgroeien.

En hij had hiervoor alle troeven in de hand : de vlotte bereikbaarheid was er met de Boomsesteenweg, de militaire baan (de huidige Jules Moretuslei) en de spoorlijn. Het goed wonen werd gewaarborgd : veel groen, geen grote industrialisatie en een zeer groot potentieel aan bouwgronden. De landbouw werd niet uit het oog verloren want de toen nog jonge jaarmarkt moest het agrarische trefpunt van de omgeving worden.

 

Maar hoe, dacht burgemeester Donny, zet ik mijn gemeente in de kijker van diegenen die als voogdijoverheid een helpende hand kunnen toesteken om van Wilrijk een welvarende gemeente te maken ?

 

De inhuldiging van een standbeeld van Pater de Deken in 1904 was een eerste unieke gelegenheid.

Het werden grootse feesten met veel muziek, vaandels en vlaggen en een ‚Äúonafzienbare menigte welke het plein overdekte‚ÄĚ (Handelsblad, 4/9/1904).

 

Donny sprak zijn relaties aan en zorgde ervoor dat de bijna volledige besturen van stad en provincie, met de gouverneur op kop, de plechtigheid bijwoonden en een voorname rol kregen toebedeeld.

Eigenlijk stond de door Donny georganiseerde verering van Constant de Deken niet in verhouding tot de eenvoudige man die de Wilrijkse missionaris was gebleven.

 

Dr. Donny liet de kansen die hem geboden werden niet liggen. Eén jaar later, bij het 75-jarig bestaan van ons land, zette hij Wilrijk nogmaals in de kijker door in navolging van steden met een rijker historisch verleden, het initiatief te nemen met een guldenboek te starten.

 

De Wilrijkse burgervader had echter niet alleen aandacht voor eigen eer en glorie. Hij was in de eerste plaats geneesheer, bekommerd om het welzijn van al zijn inwoners. Zo was hij reeds jaren een fervent pleitbezorger voor een effici√ęntere en meer hygi√ęnische huisvuilophaling en voegde de daad bij het woord zodra hij burgemeester werd. In 1904 ging de gemeentelijke ophaaldienst (onder de vorm van verpachting) van start..

Donny ijverde mee voor de uitbouw van het St. Camillusziekenhuis waar hij zelf consultatie hield en gebruikte zijn invloed om in Wilrijk een apotheek te openen. Hij slaagde er tevens in om de scheefgelopen relatie tussen het gemeentebestuur en het ‚Äúarmbestuur‚ÄĚ terug recht te trekken. Het armbestuur mocht een aantal woningen voor behoeftigen oprichten en Donny waakte er persoonlijk over dat er ook een heelkundige dienst werd ingericht.

 

(De Franse bezetter vormde de kerkelijke instellingen voor behoeftigen om tot een ‚ÄĚBureau¬†de Bienfaisance‚ÄĚ wat de basis vormde voor een gemeentelijk Armbestuur. Deze instelling kreeg onroerend goed en financi√ęle middelen om haar werking te ontplooien maar behield een grote autonomie tegenover de lokale besturen. Het was de voorloper van de Commissie voor Openbare Onderstand, het huidige OCMW.)

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef burgemeester Donny  in Wilrijk op post. Niet om de bezetter ter wille te zijn maar in het belang van zijn Wilrijkenaren. Het gemeentebestuur trachtte, onder Duitse bezetting, het dagelijkse leven draaglijker te maken.

Van de jaren na de oorlog onder het burgemeesterschap van Frederik Donny onthouden we zijn inspanningen om een oplossing te vinden voor de ontstane woningnood, de gemeentelijke ‚Äúwerkbeurzen‚ÄĚ om de arbeidsvoorziening te bevorderen en de beslissing om het gemeentehuis te vergroten.

 

Op 30 maart 1921 kreeg Frederik Donny een huldebetoon, ter gelegenheid van 25 jaar gemeenteraadslid. Het was meteen ook het afscheid van Donny als burgemeester, want na de gemeenteraadsverkiezingen van 1921, droeg hij de sjerp over aan Graaf Gonzague Moretus.

 

Frederik Donny stierf in 1938 en werd begraven op de oude begraafplaats aan de Jules Moretuslei. Door een ongelukkig toeval werd jaren geleden het prachtige arduinen grafbed gesloopt.

Alleen een plein nabij de nieuwe begraafplaats herinnert nog aan deze bijzondere man die zijn beroep van sociaalvoelend geneesheer optimaal combineerde met dit van een prestigieus en vooruitstrevend  burgemeester.

 

Bronnen :

 

Prof. Robert Van Passen, Geschiedenis van Wilrijk, Gemeentebestuur van Wilrijk,  1982

Kan.Dr.Floris Prims, Geschiedenis van Wilrijk, Gemeentebestuur van Wilrijk,1952