In een vorig artikel hadden we aandacht voor de Zibboudsrode, een heren-hoeve die in de 19de eeuw compleet verdween bij de aanleg van Fort 6.
Een halve eeuw later onderging de Pruiselaarshoeve een gelijkaardig lot toen de Stad Antwerpen het domein Schoonselhof met aanpalende landbouwgronden kocht voor de realisatie van een nieuwe stedelijke begraafplaats.

Op dit “Plan van Popp” (ca 1865), geprojecteerd op de huidige site van de begraafplaats (rode lijnen) ziet men duidelijk hoe dicht de Pruiselaarshoeve bij het kasteel lag. De hoeve behoorde echter niet tot het kasteeldomein Schoonselhof.

De Pruiselaarshoeve was een volledig door water omringde hoeve (een schranshoeve) waarvan de eerste vermelding tot 1431 teruggaat. Uit de om-watering leidde geschiedschrijver Kan. Dr. Floris Prims af dat deze hoeve de voorloper was van het nabijgelegen Kasteel Schoonselhof. Een logische redenering omdat de meeste hoven van plaisantie rond Antwerpen ontstonden vanuit omwalde, beveiligde boerderijen die tot lusthoven werden ge-transformeerd. (Geschiedenis van Wilrijk, 1952, blz.381, Hoven van Plaisantie in de provincie Antwerpen, 2013, blz.135)
Volgens historicus Prof. Robert Van Passen sloeg Prims de bal mis omdat al een eeuw eerder dan de Pruiselaarshoeve sprake was van het Schoonselhof. Ook blijkt uit de eigendomsakten dat de beide goederen altijd tot verschillende eigenaars hebben toebehoord. (Geschiedenis van Wilrijk,1982, blz. 733).

Niettemin was de Pruiselaarshoeve een belangrijke boerderij waarvan de landerijen zich uitstrekten tot aan de Hollebeek, en die vooral de kasteelbewoners van Schoonselhof en Klaverblad bevoorraadde.
De naam Pruiselaar is volledig verdwenen uit het Wilrijkse straatbeeld. Er was wel een Pruiselaarstraat totdat het Wilrijks schepencollege in 1914 besliste om deze tot Groen-straat om te dopen. De reden hiervoor is onbekend. (Toponymie van Wilrijk, 1967, Van Passen en Roelandts).